Engelenzang, ‘na,na,na’, ‘la,la,la’ en mysterieus gefluister: Impressies van het kerstconcert.

In een volle Martinuskerk staat het koor klaar vol spanning en concentratie.

Welkomstwoord van Tijmen Wehlburg met toelichting op zijn compositie Annunciatio.

Het concert kan beginnen.

Vanuit het niets klinken hemelse klanken, etherische vocalisaties, waarin we Stille Nacht herkennen. Met name de bassen klinken erg mooi en overtuigend, en vormen een basis voor intrigerende bewerkingen van bekende kerstliederen.

De boodschap van Maria start met fugatische thema’s en het tweede couplet wordt fraai ingezet door de sopranen.

Een oude tekstversie van Maria, die soude naar Bethlehem gaan wordt verklankt in een melodieus samenspel van vraag en antwoord. Per couplet nemen andere stemgroepen het voortouw.

De toehoorders kijken van links naar rechts om de oorsprong van de klanken te ontwaren.

Het lied wordt met een subtiele door de dirigent aangestuurde vertraging afgerond.

Nu zijt willekome in een meer traditioneel arrangement vormt aanleiding tot een uitnodiging aan het publiek om mee te zingen: Opvallend is de nadrukkelijke uitspraak van het Kyrie-eleis met een soort ‘gutturale aanloop’, die als een ‘ch’ klinkt in de kerk. Hier is op gestudeerd!

Het blok Toebosch eindigt met een mooi gezongen versie van Schlaff wohl. Een functionele bourdon – begeleiding door de alten ondersteunt de melodie. Het 2e couplet wordt door de sopranen ingezet en daarna wordt door het gehele koor het ‘Himmelssohnchen’ aangeroepen:

De kerstsfeer zit er nu goed in!

Het orkest van De Camera neemt zijn plaats in; er wordt nog even bijgestemd.

Met een tapijt van spannende akkoorden in ijle klanken door de violen wordt de Annunciatio ingeleid. Na 25 maten klinkt mysterieus gefluister vanuit het koor, ondersteund door  plukkende contrabas en cello’s. Dan volgen  engelachtige passages, soms met ietwat demonische klanken op de achtergrond: de strijkers brengen vervreemdende effecten aan met flageoletten, trillers en ‘stuiterende stokvoering’. Het geheel wordt gelardeerd met geneuriede fragmenten uit Stille Nacht door het koor. Een en ander leidt tot een climax door een steeds hoger en intenser spelend orkest. Dan een stilte en opeens weer het koor met betekenisloze woorden als ‘shan, shan’ en ‘zindeng’, kennelijk als percussieve elementen gedacht.

Een inzet van de sopranen wordt gevolgd door een indringende vioolsolo van de orkestmeester.

Daarna een fermate, onheilspellend geruis door de strijkers en een mooi verstild moriendo:  Stille Nacht door het koor in tempo primo. Een verrassende – en spannend uitgevoerde – compositie!

De traditionele kerstliederen, getoonzet door Jetse Bremer, worden beide ingeleid door simpele wiegenlied-woordjes als ‘na,na,na’ en ‘la,la,la’ , maar blijken uit te monden in verrassende samenklanken, wisselende maatsoorten en complexe ritmische verschuivingen. Dit zal veel oefening en concentratie van het koor hebben gevergd. Vooral de alten hebben een volle partij in het eerste lied (Er is een kindeke). In het tweede lied (Herders er is geboren) lijkt het of er twee koren zijn. Er is een zeer mooie balans tussen de verschillende stemgroepen en het geheel wordt tot een goed einde gebracht.

Het bekende concert voor twee violen en orkest van J.S. Bach wordt fraai vertolkt door De Camera. Met name in het tweede deel – Largo – vormen solisten en orkest een perfecte harmonie en weten ze te ontroeren. De heldere en zuivere toon van 1e violist Jeroen Dupont matcht erg mooi met de warme klank van 2e violist Tijmen Wehlburg en hun uitvoering roept reminiscenties op aan de uitvoering  door Jehudi Menuhin en Emmy Verheij.

Het pièce de resistance van de avond is de compositie van Pēteris Vasks, Dona nobis pacem, tevens  naamgever van het concert: een zeer geslaagde samenwerking tussen koor en orkest. Het stuk blijft van begin tot eind spannend. In het begin lange tonen in bijzondere clusterakkoorden met moeilijk te intoneren secundes die een lange adem van de zangers vergen. Het resultaat is een verstilde serene sfeer, langzaam maar zeker overgaand in een  ‘smekend’ middendeel.

Dit alles ondersteund door mooie contrabastonen. Volgt een toenemend volume van koor en hoge, soms dissonante samenklanken door de strijkers. Vanuit de stilte na de climax spelen cello’s en contrabas zeer lage tonen – een mooi effect.

De apotheose bestaat uit een milde, berustende totaalklank, begeleid door een ritmisch plukkende contrabas (Vasks eigen scholing als contrabassist zal daar niet vreemd aan zijn).

Kortom, een zeer afwisselend, sfeervol concert, dat iedereen in een goede kerstsfeer brengt!

Door Paul Hendriks